donderdag 7 februari 2019

Leren in je slaap?

Leren terwijl je slaapt, wat zou het toch mooi zijn. Geen moeite doen, lekker gaan slapen en de volgende dag op je sloffen je toets halen. Klinkt leuk he? Afgelopen week leek dit sprookje even waarheid te worden door een nieuw onderzoek uit Bern.

De onderzoekers lieten proefpersonen tijdens hun slaap meerdere keren nieuwe woordjes van een zelfverzonnen taal horen, gevolgd door de vertaling. Ze maten tegelijkertijd hersenactiviteit met EEG. Hierna kregen de proefpersonen een geheugentest. Deze onderzoeksopzet en de resultaten zijn in principe interessant maar in het persbericht werd jammer genoeg flink overdreven: "Een taal kun je ook slapend leren" kopte de Volkskrant, en vele media volgden.

Zoals altijd is het echte verhaal minder rooskleurig.

Schoenendoos

Vooropgesteld: de belangrijkste bevinding in dit artikel is helemaal niet dat je slapend kunt leren. Dingen die proefpersonen tijdens hun slaap te horen krijgen wordt namelijk doorgaans nauwelijks onthouden. De onderzoekers hadden dit voorzien, en kozen voor een impliciete, onbewuste geheugentest. Hierbij moesten de proefpersonen aangeven of een nieuw woord (altijd een object) wel of niet in een schoenendoos paste. Ze scoorden op deze test maar net boven kansniveau (52%). Ik hoef niet uit te leggen dat je daar bar weinig aan hebt in het dagelijkse leven.

Diepe slaap

Verschillende slaapstadia gedurende de nacht, stadia 3 en 4
worden geclassificeerd als diepe slaap.
Nee, het artikel gaat dieper, letterlijk. De motivatie voor het onderzoek lag in de krochten van onze diepe slaap, een slaapfase die zich kenmerkt hele langzame schommelingen in onze hersenactiviteit (daarom ook wel "slow-wave sleep" genoemd). Dat deze slaapfase belangrijk is voor het geheugen was al bekend - zie mijn eerdere blog over slaap en geheugen - maar de nieuwste inzichten doen vermoeden dat de belangrijkste leerfase tijdens de pieken van de schommelingen tijdens de diepe slaap plaatsvindt. De hersencellen zouden dan namelijk het meest vatbaar zijn voor verandering.

De onderzoekers vonden inderdaad dat de woordjes die tijdens deze pieken werden geleerd beter onbewust werden onthouden (60%). Maar let op, dit was alléén het geval als de vertaling meerdere keren tijdens een piek werd aangeboden of één keer tijdens een dal.

Slapen óm te leren

Voor neurowetenschappers zijn deze, ietwat fragiele en specifieke, bevindingen zeker een interessante vooruitgang en een voedingsbron voor vervolgonderzoek. Voor de rest van ons zou ik vooral willen aanbevelen om te slapen ná het leren voor een beter geheugen. Niks komt - vooralsnog - vanzelf!


(Oh en lees alsjeblieft voorbij de click-bait koppen, het artikel van de Volkskrant is best goed!)

maandag 2 juli 2018

Reactivate your prior knowledge!

(for a Dutch version of this blog, please check SciencePalooza: Reactiveer je voorkennis!)


Imagine you learn a new thing but only later find out how this actually relates to stuff you already knew. For example: you learn how in a democracy politicians work together to create laws, but don’t relate this to your knowledge about democracy in general. That’s a pity, because it could affect how well you remember this new information about law making. If you would have reactivated your prior knowledge about democracy actively, would you remember the new information better? This is the question we asked in our latest experiment, now published in Nature Science of Learning.

To investigate whether active reactivation of previously acquired knowledge leads to better integration of old and new information, we tested first-year university students. They learned new information from their studies and were later tested on their memory for this information. The participants learned this information in two bits: first a word with a picture and a little later the same word with a description. During the second part, the participants were asked to try to reactivate the picture as well as possible and connect the word and description to this picture. We also asked them to indicate to us how well they could retrieve the picture. Then we examined whether stronger reactivation of the picture led to better memory for the description and the picture and this turned out to be the case!

So, the next time you learn something new, think about revisiting whether you already know something about that topic and try to reactivate this knowledge actively. This will help you to integrate the new knowledge with you prior knowledge and will lead to better memory. We think this is related to the enhanced build-up of knowledge networks in your brain that help to store information for a longer period of time. In this experiment, we also found that it helps when information fits together and when you are more sure that you will remember it. In future research we are going to look at how this mechanism works in the brain and whether it leads to better long-term memories as well.



dinsdag 2 januari 2018

Leren om te leren: 10 tips van je brein!


We leren bij alles wat we doen en we zijn er verdomde goed in. Ons brein is erop gebouwd om informatie uit de wereld te verwerken en op te slaan. Toch hebben zelfs intelligente scholieren en studenten problemen als er “verplicht” geleerd moet worden. Dit komt deels omdat ons brein anders leert dan we denken.

Als geheugenwetenschapper heb ik in de loop der jaren redelijk wat geleerd over hoe wij leren. Met deze kennis is mijn overtuiging gegroeid dat als je beter begrijpt hoe je brein leert, je dit begrip kunt gebruiken om beter en efficiënter te studeren!

Hieronder vind je 10 tips van je brein om je te helpen om te “leren leren”:

Bron
1. Spreid je leermomenten: Ik leer door de verbindingen tussen mijn cellen (neuronen) te versterken, hierdoor kan ik informatie later weer terughalen. Op een gegeven moment zijn mijn neuronen echter “verzadigd” en moeten ze eerst weer tot rust komen voor je dezelfde informatie opnieuw kan leren. Het is dus nuttig om langere tijd, liefst meerdere dagen of zelfs weken, korte stukjes informatie te leren en te herhalen. Hierdoor laat je de neuronen weten dat deze informatie nuttig is.

2. Leer verschillende dingen door elkaar: Het klinkt raar, maar ik onthoud informatie niet goed als ik lang met één onderwerp bezig ben (zie ook punt 1). Daarom kan je beter huiswerk voor verschillende vakken afwisselen en pauzes nemen tussen het leren door.

3. Stamp zo min mogelijk: Als je me één keer iets laat leren dan onthoud ik het ook maar even. Hierdoor kan je prima een avondje stampen en de volgende dag een toets halen. Verwacht alleen niet dat ik het een week later nog kan terughalen: informatie die ik maar één keer tegenkom is namelijk over het algemeen niet zo interessant (zie ook punt 1) en zal dus snel weer vervagen.

Bron
4. Test jezelf: Ik begrijp heel goed dat je het niet fijn vindt om jezelf te testen. De kans dat je er dan achter komt dat je iets toch niet weet is dan groot en dat is niet leuk. Bovendien krijg je op school al zoveel toetsen. Toch is testen, het beantwoorden van vragen over de lesstof, een uitermate goede manier om te leren. Dit komt waarschijnlijk omdat je door het terughalen van eerder geleerde informatie deze informatie opnieuw opslaat en dit kan zorgen voor sterkere verbindingen in een groter kennisnetwerk (zie punt 5).

5. Gebruik je voorkennis: Ik heb al heel veel kennis opgeslagen gedurende je leven. Deze kennis kan je gebruiken om nieuwe kennis te onthouden. Het reactiveren van je voorkennis tijdens het leren is heel erg nuttig als je nieuwe informatie leert die aansluit op deze voorkennis. Door me een handje te helpen en actief terug te denken aan deze voorkennis vertel je me dat de nieuwe informatie belangrijk is, het sluit immers aan op dingen die ik eerder heb opgeslagen!

6. Maak ezelsbruggetjes: Jammer genoeg is er lang niet altijd geschikte voorkennis aanwezig. In deze gevallen, bijvoorbeeld bij het leren van buitenlandse woordjes, kan je me beter een beetje voor de gek houden met zogenaamde ezelsbruggetjes. Als je probeert om deze “rare” informatie toch aan voorkennis te verbinden, zal ik het beter kunnen onthouden. Hierbij helpt het om er heel bewust mee bezig te zijn en zoveel mogelijk gekke associaties te bedenken!

7. Neem je tijd: Nieuwe informatie leren gaat niet zonder slag of stoot, je moet me blijven herinneren dat iets belangrijk is door je kennis weer op te halen en eventueel aan te vullen met nieuwe informatie. Het zien van het grotere plaatje, de context, gebeurt vaak pas na een langere periode van losse feitjes leren. Pas na een tijdje kunnen deze losse feitjes elkaar vinden om een uitgebreider kennisnetwerk op te bouwen. Hiervoor is het wel heel handig dat je deze voorkennis regelmatig terughaalt (zie punt 4).
Bron

8. Slaap: Ik begrijp zelf niet zoveel van wat er gebeurt als ik slaap, maar wetenschappers zijn er redelijk zeker van dat slapen belangrijk is voor het verstevigen van herinneringen. Het helpt om informatie te structureren en omhet grotere plaatje te zien. Bovendien is slapen ook heel erg fijn, dus dit is een makkelijke tip!

9. Vergeet: Wees niet gefrustreerd als ik dingen vergeet, ik ben het grootste deel van wat je gister hebt geleerd vandaag alweer kwijt. Neem het me niet kwalijk, zo’n hele dag is ook een hele berg informatie om te verwerken! Vergeten helpt mij om te bepalen wat wel en niet belangrijk is om te overleven. Als ik iets niet belangrijk vind, betekent het dus niet per se dat het voor jou (of voor je opleiding of je toekomst) niet belangrijk is. Dan moet je doorzetten om me duidelijk te maken dat ik het fout heb.

Bron
10. Gebruik je hippocampus: Ik sla herinneringen op via de hippocampus, een hersengebied dat evolutionair ontwikkeld is voor navigeren en het begrijpen van ruimtelijke oriëntatie. Daarom leren we ook veel makkelijker als we informatie ruimtelijk maken. Bijvoorbeeld door het gebruik van de loci-methode (loci betekent "plaatsen" in het Latijn), waarbij je informatie verbindt aan plekken in een bekende ruimtelijke omgeving. Met deze methode kan je een heleboel willekeurige informatie toch makkelijk onthouden.



Je zal deze tips ongetwijfeld vaker hebben gelezen, maar ik kom nog heel vaak studenten tegen die moeite hebben met het implementeren van veel van deze technieken. Dit komt volgens mij doordat sommige technieken heel tegenstrijdig voelen, pas op een langere termijn effect hebben, of gewoonweg moeilijk systematisch toe te passen zijn en strakke planning vereisen. 

Mijn eigen laatste tip is dus: gebruik deze breintips zoveel mogelijk en leer om te leren, je zult zien dat het effect heeft op de lange termijn!

maandag 5 december 2016

dinsdag 17 november 2015

Navigatie en Alzheimer, of: wat hebben we aan neurowetenschap?

Als neurowetenschapper met affiniteit voor de toepassing van je onderzoek krijg je vaak die ene vraag voorgeschoteld: “Maar wat kunnen we hier nou mee? Wat voegt kijken in het brein toe?”. Ik probeer deze dooddoener vaak te beantwoorden met loze cliche’s als “we willen begrijpen wat de onderliggende processen zijn, zodat we theoretische modellen kunnen opstellen die gedrag kunnen verklaren”. Tsja, het blijft een lastige vraag... 

Maar nu heb ik eindelijk iets beters te vertellen. Een nieuw artikel maakt duidelijk wat neuroimaging kan betekenen voor geheugenonderzoek.

Alzheimer

Plaatje van http://amnesiainternational.net/en/node/4270.
We kennen allemaal de ziekte van Alzheimer, soms alleen van de de verhalen en soms van heel dichtbij. Er zijn heel veel theorieën over Alzheimer en het ontstaan van deze verwoestende ziekte. Voor deze progressieve ziekte geldt: hoe vroeger we kunnen beginnen met behandeling, hoe langer het kan worden uitgesteld. 

Wat we weten is dat Alzheimer zich al vroeg kan manifesteren in het brein, maar dat we (onbewust) kunnen compenseren voor de effecten waardoor er nauwelijks gedragsveranderingen te bespeuren zijn. Ook weten we dat een bepaald genetisch verschil een verhoogde kans op Alzheimer geeft, maar we hebben nog geen goede manier om te bepalen of iemand met dit gen de ziekte ook echt aan het ontwikkelen is.

Omgevingscellen

In een recent artikel in Science hebben Nederlandse en Duitse neurowetenschappers op een vernuftige manier de compensatiestrategieën van deze mensen met een genetisch risico voor Alzheimer blootgelegd. Ze gebruiken hiervoor het Nobel-waardige idee uit dieronderzoek; het bestaan van omgevingscellen, cellen die bepalen waar we in de omgeving zijn. Deze cellen bevinden zich vlakbij de hippocampus, het deel van de hersenen dat belangrijk is voor het geheugen. 

Een paar jaar geleden bleek dat ook mensen een dergelijk systeem in de hersenen hebben. Dit was weliswaar iets indirecter gemeten, maar de sterke relatie met het dieronderzoek – dat wel direct activiteit van cellen kan meten – doet vermoeden dat ook wij dergelijke cellen in ons brein hebben.

Omgevingscellen of "grid" cellen worden actief als een dier in een bepaald deel van de omgeving is. In dit plaatje wordt dit duidelijk gemaakt. Je ziet een vierkante omgeving van boven. Zwart is het pad dat de rat aflegt terwijl hij door de omgeving loopt. Rood zijn de plekken wanneer een bepaalde grid cel actief is. Deze cel is dus actief op verschillende plekken in de omgeving. Onderzoekers denken dat deze cellen ons helpen om plekken in een omgeving te onthouden. Plaatje van hier.

Compensatie in actie

Wat hebben de onderzoekers nou gedaan? Ze hebben hetzelfde experiment dat gebruikt was om dit systeem in de menselijke hersenen te vinden losgelaten op een groep jonge proefpersonen die wel of niet het "Alzheimer-gen" hadden. Ze vonden, zoals verwacht, dat er weinig verschil was tussen hoe goed de verschillende groepen de locaties onthielden. Maar dit zegt weinig, er zouden immers compensatiestrategieën gebruikt kunnen worden. Pas als er gekeken werd naar navigatiestrategieën van de proefpersonen, kwamen er kleine verschillen aan het licht, een gedragsmatige aanwijzing dat er gecompenseerd werd door de Alzheimer groep. 

Maar de belangrijkste vondst lag in de hersennetwerken die de proefpersonen gebruikten tijdens de taak. De proefpersonen met risico voor Alzheimer gebruikten hun omgevingscellen namelijk minder, maar andere hersengebieden weer meer. De onderzoekers concludeerden dus dat ze hier de compensatiemechanismen aan het werk zagen.

Toepassing

De vraag “wat voegt kijken in het brein toe” is nu dus iets makkelijker te beantwoorden: we kunnen mogelijk op basis van bevindingen in het neurowetenschappelijke geheugenonderzoek de vroege ontwikkeling van Alzheimer gaan zien. Als dit vastgesteld kan worden bij een persoon, dan kan deze vroeger geholpen worden, waardoor de ziekte kan worden uitgesteld. 


Ik heb nu dus eindelijk een goed verhaal te vertellen op feestjes: Wat helpt het om in het brein te kijken? Daarmee kunnen we verschillen blootleggen die onzichtbaar zijn voor psychologische gedragstesten!



maandag 27 juli 2015

Life @ Stanford (final)

Ok ok, this final Life @ Stanford blog will be in English by popular request so that everyone can read it! Our time left in California is passing by slowly but steadily, only one week left to go! We will not leave the continent any time soon as we'll finish this adventure off with a west-to-east roadtrip through Canada. Either way, it feels like the end of an era somehow...

I know I've been pretty critical about things on this blog so this one will just be about things I'll miss from Stanford and California. Twenty random things, in random order!

1. The huge free cookies, pizza lunches, and burrito dinners at Stanford


http://clarksville.citysaver.com/wp-content/uploads/sites/13/2013/03/sites/13/great-american-cookie.jpg



2. This view from your office window in this building


https://psychology.stanford.edu/sites/all/files/imagecache/slideshow_item/slides/jordan-hall.png

3. Walking over this quad to get yourself some well-deserved coffee



4. Enjoying campus sports



5. All the great researchers that come to visit



6. These amazing views that make you feel so small...



7. Hiking (or scrambling) through all types of territory



8. Finding out about weird startups



9. Being amazed about some aspects of American culture




10. Just enjoying our favorite hangout on Friday evenings



11. Discovering new foods (no not just American!)



12. These sunsets at the bay after enjoying yet another full day of sun



13. Living amidst companies that are changing the world, whether you like it or not




14. Learning from how others find ways to manage their busy schedule



15. Oh yeah, and doing some research in the meantime




16. The abundance of food: huge BBQs and doggy bags





17. Being able to have pancakes on a sunny terrace in January, or BBQs in December





18. Making your own food






19. Noticing you're actually more Dutch than you want to believe






20. Learning how to deal with a persistent drought (ok this last one is sarcastic, let me have one! ;))


http://www.sandiegouniontribune.com/news/2014/oct/24/environment-drought-water-restrictions/


maandag 16 februari 2015

Over slaap en geheugen

Deze blog is eerder verschenen op Stanford's NeuWrite, dit is een directe vertaling.

Slaap en geheugen, deze termen zijn op een ingewikkelde manier met elkaar verbonden geraakt over de afgelopen decennia. Over het algemeen wordt gedacht dat een goede nacht slapen het herinneren van oude en het leren van nieuwe informatie versterkt, herinneringen zal beschermen tegen verval, en inzicht verbetert. Maar hoeveel van deze stellingen zijn eigenlijk waar? Helpt de juiste hoeveelheid slaap echt zo miraculeus als je informatie wilt leren en onthouden? En zo ja, hoe kunnen we deze inzichten gebruiken op school?

Deze vragen lijken simpel op het eerste gezicht, maar heel veel onderzoekers zijn nog dagelijks bezig met het vinden van de antwoorden. Hieronder zal ik een paar redenen noemen waarom de relatie tussen slaap en geheugen niet zo simpel is als je zou denken.

Slaap is niet eenzijdig

Jammer genoeg zijn slaap en geheugen complexer dan ze op het eerste gezicht lijken. Deze samengestelde aard maakt het moeilijker om zomaar te zeggen dat sleep effect heeft op geheugen. Het lijkt er meer op dat verschillende soorten slaap effect hebben op verschillende soorten herinneringen.

De verschillende slaapfases in een grafiek (plaatje van hier)
Je hebt het misschien niet door, maar je slaapt in fases. Ons brein cirkelt systematisch door deze fases vanaf het moment dat je in slaap sust totdat de wekker gaat. Slaaponderzoekers maken onderscheid tussen twee algemene slaapfases: non-REM en REM-slaap. Tijdens Rapid Eye Movement (REM) slaap, zoals de naam al impliceert, bewegen je ogen alle kanten op. Je hersengolven lijken op wakkere hersengolven en de kans dat je aan het dromen bent is heel groot.

Non-REM slaap is een beetje saaier wat betreft de oogbewegingen en hersengolven, maar is daarmee niet minder interessant voor wetenschappers. Non-REM slaap is opgedeeld is 4 fases, die elk corresponderen met steeds langzamer bewegende hersengolven. De laatste fases (3 en 4) worden ook wel diepe of slow-wave slaap genoemd en zijn, naast REM-slaap, de favoriete slaapfases voor geheugenonderzoekers. En ja, wat het brein ook precies aan het doen is tijdens deze fases, het lijkt erop dat het op een bepaalde manier samenhangt met geheugen.

Geheugen is niet eenzijdig

Net zoals slaap is ook geheugen ook ingewikkelder dan het lijkt. Er zijn verschillende soorten geheugen: van de herinnering aan je laatste vakantie tot de herinnering aan hoe je moet fietsen. Om het simpel te houden zal ik alleen één onderscheid binnen ons complexe geheugensysteem bespreken: dat van declaratie. Dit onderscheid werd duidelijk toen de epilepsie-patiënt Henry Molaison na een hersenoperatie bleek geen nieuwe herinneringen aan te kunnen maken, maar wel nieuwe bewegingen kon leren. Onderzoekers hebben vervolgens het geheugensysteem opgedeeld in declaratieve herinneringen (benoembare, zoals de herinnering aan je laatste vakantie) en niet-declaratieve herinneringen (niet-benoembare, zoals de herinnering aan hoe je moet fietsen). Deze verschillende soorten geheugen lijken afhankelijk te zijn van verschillende delen van het brein en het wordt dus aangenomen dat ze relatief onafhankelijk van elkaar zijn.

Herinneringen zijn geen unieke entiteiten; ze versmelten graag met andere, eerder opgeslagen herinneringen. Dit betekent dat details over wat je hebt geleerd steeds waziger worden over de tijd (en slaap). Wetenschappers denken dat dit gebeurt door geheugen consolidatie, waarbij herinneringen stabiliseren en integreren, vaak ten koste van specifieke details. Dit samenvoegingsproces is waarschijnlijk nuttig omdat een goed opgebouwd network van herinneringen kan helpen om nieuwe herinneringen op te slaan en het leren van overlappende informatie te versnellen.

Slaap en geheugen interacteren met elkaar

Maar als ze niet eenzijdig zijn, hoe zijn slaap en geheugen dan gerelateerd? Zoals ik hierboven al zei vinden onderzoekers wel relaties tussen verschillende slaapfases en verschillende vormen van geheugen. Om het simpel te zeggen: REM-slaap lijkt niet-declaratief geheugen te beïnvloeden terwijl slow-wave sleep declaratief geheugen beïnvloed. Ook al zijn de onderliggende mechanismen nog onduidelijk, dit lijkt het algemene plaatje in verschillende experimenten. Betekent dit nu dat je gewoon genoeg slow-wave slaap moet krijgen voor een examen als je het wilt halen? Jammer genoeg is dit nog niet het hele verhaal; er zijn meerdere factoren.

Denk eens terug aan je laatste vakantie. Als deze vakantie een paar weken geleden was dan zul je meer gedetailleerder herinneringen erover hebben dan als het een paar maanden geleden was. We lijken meer te vergeten dan herinneren, vooral als we niet vaak herinnerd worden of weinig aanwijzingen krijgt om iets te herinneren. Dit geleidelijke vergeten betekent dat consolidatieexperimenten bijna nooit een verbetering van geheugen meten. Experimenten naar de effecten van slaap op geheugen vinden meestal een minder sterke verslechtering van het geheugen dan je zou verwachten door alleen vergeten.

Verlopen tijd en slaap zijn sowieso gerelateerd

De onmiskenbare relatie tussen vergeten, consolidatie en tijd belast het slaaponderzoek omdat slaap sowieso tijd kost terwijl tijd zonder slaap juist interferentie toevoegt. Onderzoekers proberen dit de omzeilen door een niet-slapende controlegroep toe te voegen die met hetzelfde tijdsverschil worden getest. Dit betekent dat de controlegroep op een andere tijd van de dag wordt getest of wakker moet worden gehouden terwijl de andere groep gaat slapen, en dit geeft wel wat problemen.

Iedereen die weleens een nacht doorhaalt weet dat niet slapen een groot effect heeft op je aandacht, motivatie en focus. Jammer genoeg zijn deze dingen ook erg belangrijk voor je geheugenprestatie. Een controlegroep die niet heeft geslapen is dus geen goede controlegroep. Onderzoekers vangen dit op door proefpersonen bijvoorbeeld 4 uur te laten slapen of zich op speciale slaapfases te richten door de proefpersoon wakker te maken op een herinneringen te reactiveren als een bepaalde slaapfase zich aandoet (dit kan gemeten worden met EEG). Dit betekent dat wanneer een experiment concludeert dat geheugen beter is na de slaap, je altijd moet bedenken dat dit relatief is, vergeleken met een niet-slapende of slecht-slapende controlegroep.

Dus: wat weten we wel?

Ik hoop dat ik duidelijk heb gemaakt dat de vraag "heeft slaap een positief effect op geheugen" lastig te beantwoorden is door de sterke afhankelijkheid van de soort slaap en het soort geheugen dat je wilt verbeteren. Daarnaast vergelijken de meeste slaap en geheugen experimenten een volledige nacht slaap met slechte slaap of geen slaap, wat het moeilijk maakt om conclusies te trekken over of slaap echt het geheugen verbetert of dat het juist nadelig is als je niet slaapt.

Niettemin zijn wetenschappers nu redelijk zeker dat slaap (en voornamelijk slow-wave slaap) een effect heeft op declaratief geheugen, voornamelijk de integratieve aspecten zoals kernbegrip en het leggen van verbanden. Dit gebeurt vaak ten koste van specifieke details die vaak vervagen over consolidatie tijdens slaap. Dus als je kennis goed op wilt bouwen, zoals belangrijk is voor veel schoolvakken, dan kan je het beste goed en consistent slapen maar tegelijk ook de details in de gaten houden.

Een paar tips

Ok, dus we weten jammer genoeg nog relatief weinig over de interacties tussen slaap en geheugen. Maar wat kan een neurowetenschapper als ik nu adviseren over het belang van slaap voor schoolprestaties? Eens kijken:

  • Probeer een ritme aan te houden zodat je natuurlijk wakker wordt en niet door je wekker. Probeer de aanbevolen 7-9 uur slaap te krijgen zodat je alle slaapfases doorgaat, aangezien al deze fases een unieke en essentiële functie hebben. Als je 's nachts niet genoeg slaap hebt gehad, dan blijken middagdutjes en gewone rust ook belangrijk voor leren en geheugen.
  • Ja, met stampen en nachten doorhalen zul je waarschijnlijk je examen de volgende dag wel halen. Je zult alleen heleboel van deze informatie weer snel vergeten. Kleine stukjes informatie bestuderen over een langere periode (inclusief slaap) helpt je om kennisstructuren op te bouwen die langer blijven hangen en die vervolgens weer helpen met het integreren van nieuwe informatie.
  • Omdat details vervagen over tijd is het slim om specifieke details te herhalen voor een examen, zoals definities, wiskundige functies of jaartallen. Als je de lesstof systematisch hebt bestudeerd zul je je niet veel zorgen hoeven te maken over de grote lijnen, maar het helpt zeker om deze details op het laatste moment te herhalen! Vergeet vervolgens alleen niet te slapen zodat je wel goed kan focussen.
  • Neem de tijd. Een sterke herinnering en diep inzicht duurt een tijd en hier is het belang van slaap overduidelijk. Bijvoorbeeld, als ik een moeilijk artikel moet lezen of me in een nieuw onderzoeksgebied moet verdiepen, dan lees ik stukjes over verschillende dagen of zelfs weken totdat ik de grote lijnen zie ontstaan. Het helpt heel erg om zulke taken op te delen en eerder geleerde informatie regelmatig terug te halen. En, het allerbelangrijkste: informatie blijft langer hangen als je het wat tijd geeft. Dus neem de tijd, je zult er geen spijt van krijgen!

woensdag 3 december 2014

Hoe je brein zich vormt naar wat je leert

Neuronen (plaatje van hier)
Je leert dingen makkelijker als ze lijken op iets wat je al eerder hebt geleerd. Dit geldt voor feitelijke kennis (zie een eerdere blog over mijn eigen onderzoek), maar ook voor bijvoorbeeld bewegingen. Ga maar na: als je ooit hebt leren tennissen, is het makkelijker om daarna te gaan hockeyen. Als je gitaar kan spelen moet viool daarna ook makkelijker gaan. Door gebruik te maken van overeenkomsten tussen dingen die we leren lijkt ons brein bestaande kennisnetwerken te gebruiken om nieuwe dingen te leren.

Dit systeem kan ervoor zorgen dat je gerelateerde dingen beter en sneller leert, maar het kan er ook toe leiden dat het leren van iets ongerelateerds lastiger wordt. "Out of the box thinking" wordt hierdoor bijvoorbeeld lastiger.

Procedureel geheugen en BCI

Ons geheugensysteem is opgedeeld in verschillende onderdelen. Het belangrijkste onderscheid maken we in declaratief geheugen (geheugen voor feitelijke informatie) en procedureel geheugen (geheugen voor bewegingen). Deze geheugensystemen worden door verschillende hersengebieden aangestuurd, maar dat eerdere herinneringen invloed hebben op het leren van nieuwe lijkt in beide systemen het geval te zijn. Voor procedureel geheugen is kortgeleden gevonden hoe dit tot stand komt.

De voorkant van Nature over dit onderzoek
Onderzoekers van de universiteit van Pittsburgh in de Verenigde Staten lieten apen een taakje doen met een Brain Computer Interface (BCI), waarmee de aap leerde om met alleen hersensignalen een cursor op een computerscherm te bedienen. De onderzoekers konden tegelijkertijd meten welke neuronen in het brein van de aap hierbij betrokken waren. 

Toen de apen dit taakje goed konden, trainden de onderzoekers een computeralgoritme om het bijkomstige leerpatroon in de hersenactiviteit te herkennen. Vervolgens keken ze of hersensignalen gemeten tijdens het leren van nieuwe cursorbewegingen overeenkomsten vertoonden met het eerder getrainde leerpatroon. Het bleek dat hoe meer dit patroon overeenkwam, hoe beter deze nieuwe beweging werd geleerd. In andere woorden: hoe meer de eerder gebruikte hersencellen werden gebruikt om nieuwe bewegingen te leren, hoe sneller de apen deze bewegingen onder de knie hadden.

De onderzoekers konden dus met hun computerprogramma voorspellen hoe goed nieuwe bewegingen geleerd konden worden en dit verbeterde leren bleek afhankelijk van hoeveel de beweging leek op eerder geleerde bewegingen.

Locked-in patiënten

Een scene uit "The diving bell and the butterfly", een film
over een patiënt met het locked-in syndroom.
Dit onderzoek biedt mogelijkheden voor patiënten met het locked-in syndroom. Deze mensen kunnen vaak alleen nog maar hun ogen bewegen en dus wordt er gekeken naar mogelijkheden om met een hersengestuurde BCI met de buitenwereld te communiceren. Het is hierbij van groot belang dat ze makkelijk kunnen leren om met de BCI om te gaan, om bijvoorbeeld een cursor op het scherm kunnen bewegen of woorden te "typen".

Dit onderzoek is de eerste stap in de richting om met dit soort systemen, als ze eenmaal zijn geïmplanteerd in de hersenen, ook goed te kunnen leren omgaan.

Flexibel brein?

Hoewel ons brein dus vaak wordt aangeduid als flexibel en veranderlijk, zijn er blijkbaar duidelijk grenzen. Het lijkt evolutionair heel nuttig om bewegingen die vaak worden uitgevoerd zo op te slaan dat ze ervoor zorgen dat gelijksoortige bewegingen makkelijker te leren zijn in de toekomst. Hierdoor hoeft niet altijd alles vanaf het begin af aan geleerd te worden. Dit scheelt een hoop tijd en moeite, vooral voor schijnbaar belangrijke dingen die je vaak tegenkomt in je leven.

De theorie dat je 10.000 uren nodig hebt om een bepaalde vaardigheid te leren ligt sinds kort onder vuur. En dat is maar goed ook, want simpel uren tellen zou wel erg simpel zijn. Wel blijkt nu door dit onderzoek dat er misschien wel minder uren nodig zijn om een vaardigheid te leren die hersennetwerken deelt met een eerder geleerde vaardigheid.

Anderzijds: een dergelijke vaardigheid weer afleren duurt misschien juist wel twee keer zo lang, een balans waar we mee zullen moeten leren leven!